Wichels en Serskamps erfgoed : Paddenhoek

Van de eertijds zo bedrijvige wijk Paddenhoek, waar de Wichelse weefindustrie haar wortels had, is niets bewaard gebleven. Hier bevond zich het centrum van onze gemeente met kerk en economische bedrijvigheid. Het verdwijnen van de kerk en vooral het doortrekken, evenwijdig met de Schelde en de spoorweg, van de verkeersader Wetteren –Dendermonde, heeft het dorpscentrum naar Bohemen en de Margote gebracht.

De Paddenhoek werd zo de uiterste hoek van het dorp, die echter tientallen keren door overstromingen werd geteisterd. En evenveel keren hadden de bewoners van een twintigtal huisjes zichzelf en hun inboedel in veiligheid moeten brengen. Meer en meer hielden de mensen het daardoor voor bekeken en zochten ze een veiliger woonst.

Overstroming 1953

Toen kwam in 1953 de rampzalige Sint-Ignatiusvloed met de grote watersnood in Nederland en opnieuw twee dijkbreuken in Wichelen waarbij een groot deel van de Paddenhoek blank kwam te staan. Er circuleerden veel geruchten over versteviging van de dijken, maar de bewoners van de Paddenhoek waren er niet gerust in en begonnen het gevoel te krijgen dat hun wijk aan het water werd geofferd.

Op het eind van de jaren ’50 is de leegloop van de wijk begonnen. In 1962 was zowat een derde van de huizen al onbewoond. En dat jaar was er opnieuw wateroverlast, drie jaar later nog maar eens. De overblijvers werden radeloos, temeer omdat stilaan een aanvang werd genomen met het slopen van vervallen weggezakte woningen. Uiteindelijk zijn alle bewoners van de laaggelegen woningen naar een veiliger woonst vertrokken en bleven enkel de drie hoogstgelegen huisjes overeind en bewoond. Deze inmiddels bouwvallige huizenrij is, na onteigening, eind de jaren ’90 afgebroken.

Onteigeningsprocedures werden opgestart en er werd overgegaan tot het aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied, de Wichelse Bergenmeersen.

De Bergenmeersen overstroomd na springtij op 31 december 2013

Sint-Gertrudiskerk

De neogotische Sint-Gertrudiskerk is ruim 40 meter hoog en gebouwd tussen augustus 1870 en augustus 1872. Ze verving na jarenlang getouwtrek de oude kerk op het Oud Dorp, die vervallen was, in een uithoek van de parochie stond en na de rechttrekking van de steenweg Wetteren-Dendermonde nog meer in een verdomhoek was geduwd. In het kerkgebouw zelf staat nog heel wat 18de-eeuws meubilair uit de oude kerk. De huidige slanke toren werd pas in 1925 opgetrokken, nadat bij het begin van WO I de oorspronkelijke toren door de Duitsers was doorzeefd.

De kerktoren na de beschietingen van de Duitsers op 4 oktober 1914

De afbraak van de oude en de bouw van de nieuwe kerk verliep niet zonder slag of stoot, ook letterlijk. De bewoners van het Oud Dorp voelden aan dat het maatschappelijke en economische belang van hun wijk door de verhuizing stilaan zou wegebben en ze verzetten zich tegen een nieuwbouw hier op de Margote. Zo ontstond een jarenlange bitse strijd tussen enerzijds de kerkraad en de burgemeester die voor het Oud Dorp kozen en de gemeenteraad en de pastoor die de Margote genegen waren. Het echtpaar J.B. Eeckhaudt-De Keyser bood in maart 1866 een eigendom van ruim een halve hectare aan om een nieuwe kerk op de Margote te bouwen. De gemeenteraad nam kort daarop de gift aan en bereidde zonder tussenkomst van de kerkraad de bouw voor. Architect Serrure senior van Sint-Niklaas werd als ontwerper van de plans aangesteld en zorgde voor een raming van de bouwkosten. De provinciegouverneur liet echter weten dat de gemeenteraad zonder de instemming van de kerkraad geen nieuwe kerk kon bouwen. De bevoegde minister van justitie van zijn kant, was van oordeel dat het de gemeenteraad toegelaten was om een nieuwe kerk te bouwen bij omstandigheden als de bouwvalligheid van de oude kerk, de verwijdering van het centrum, ontoereikende grootte enz.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1866 verloor de toenmalige burgemeester Van Brabander de stembusslag en schepen Lalemant werd gedurende drie jaar dd. burgemeester, omdat de regering weigerde een nieuwe burgervader te benoemen.

Intussen hield de kerkraad voet bij stuk en in maart 1867 lieten zij de muren van de oude kerk, toren inbegrepen, bezetten en witten, iets waartegen eerst de gemeenteraad en later ook de provinciale bestendige deputatie protesteerde. Dat had als gevolg dat de kerkmeesters de kosten van het werk uit eigen zak moesten betalen. Na verschillende herverkiezingen in de kerkraad werd de zaak uiteindelijk in augustus 1870 beslecht in het voordeel van de Margote. Bij het overbrengen van het meubilair uit de oude kerk, werden de werklieden met stenen bekogeld, een uiting van een ontgoocheling die nog geruime tijd zou aanhouden. Vele inwoners van het Oud Dorp gingen jarenlang uit protest in Uitbergen naar de kerk.

Het meubilair uit de oude kerk werd verhuisd naar de nieuwe kerk op de Margote
Preekstoel uit de oude kerk vervaardigd in opdracht van pastoor Fransiscus Mollaert (rond 1725)

Villa Rustoord

Deze villa is een ontwerp van architect Jos Lycke van Wetteren, gebouwd in modernistische stijl met art-deco-elementen.

Burgemeester De Ridder liet op latere leeftijd deze villa bouwen als privéwoning voor hem en zijn echtgenote. Hij was burgemeester tot 1939, tot kort voor de Tweede Wereldoorlog dus, en was een vertegenwoordiger van ‘de roden’, zoals de katholieke partij in Serskamp werd genoemd. Zij waren in de 20ste eeuw afwisselend met ‘de blauwen’, de liberale partij, aan de macht in het dorp. Vaak vormden de verkiezingen een nek aan nek gevecht dat pas op de dag van de stembusslag werd beslecht. Op vraag van partijgenoot Charles Van Herreweghe (foto), in de jaren ’70 eveneens burgemeester, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een minder kwalitatieve kopie van de villa Rustoord gebouwd in de Nieuwstraat.

De voordeur van de villa bevat een krul- of fonteinmotief dat stilistisch volledig aansluit bij het hekwerk. De traphal is in vergelijking met de andere kamers zeer ruim en opgevat als voornaamste ontvangstplaats. In het merendeel van de kamers bleven de oorspronkelijke binnendeuren en vensters met gestileerde krukken, hang- en sluitwerk, deurgehelen met ingebouwde kasten met handgreep in art-decomotief, tegelvloeren, parket in salon en marmeren schouwen met corresponderende venstertabletten, vrij gaaf behouden. De plaatsing van vensters, die doorlopen over de gehele breedte van de afgeronde uitbouwen in salon en voormalige eetplaats, versterkt het ruimtelijk effect van die lokalen en zorgt voor een mooi uitzicht op de tuin. Dat alles creëert zelfs een soort ‘zeegevoel’, zoals typisch voor de kustvilla’s.

De L-vormige tuin vertoont nog deels de vroegere aanleg, met slingerende padenstructuur, een hoge spar, een taxusboom en een geplaveid terras rechts van de woning, naast de oprit.

Verhoogstraatkapel

Deze kapel is gebouwd in 1887-1888 op grond geschonken door een Serskampse landbouwer en een Schellebelse winkelier. Ze is lange tijd gebruikt voor de Mariaverering tijdens de meimaand en voor het bidden van een rozenkrans bij een overlijden in de buurt. Tijdens de lokale Wafelkermis half september komen ook de reuzen van de Verhoogstraat uit hun bewaarplaats.

De buurtkermis rond de kapel is in 1947, kort na de Tweede Wereldoorlog, ontstaan. Die heeft telkens plaats op de eerste zondag na 16 september, het feest van de H. Cornelius. Op dat tijdstip van het jaar zijn gewoonlijk de aardappelen en het fruit binnen, een uitgelezen moment om wafels te bakken en te feesten.

De initiatiefnemers waren een groep vrienden uit de buurt, onder wie Gilbert Leus, Frans Hoebeke en Alfons Temmerman.

Achiel Van der Eecken, Adolf Temmerman, Julius Cesar, Frans Jacob en Alfons Verhofstadt (de eerste reuzendrager)

Traditioneel dansen de reuzen van de Verhoogstraat, Cesar en Cesarine, dan op de tonen van een lokaal muziekgroepje. Ter gelegenheid van bijzondere verjaardagen wordt een reuzenstoet georganiseerd met reuzen uit andere gemeenten. Op hun beurt hebben de reuzen al een flink stuk gereisd, niet alleen in België, maar ook in delen van Nederland, Noord-Frankrijk en zelfs tot in Catalonië zijn ze al gaan stappen en dansen!

Torkes watermolen

De molen dateert naar verluidt van 1747 en is alleszins al opgenomen op de Ferrariskaart van eind 18de eeuw. Het is een voormalige lijnkoekmolen, oorspronkelijk eigendom van de parochie en de heerlijkheden van Serskamp en Wichelen. Aan het eind van het Ancien Regime werd hij openbaar verkocht. Ook de voormalige burgemeester van Gent, Charles de Kerchove de Denterghem, is eigenaar geweest.

Zoals de naam laat vermoeden, is de Molenbeek begiftigd met een hele resem watermolens op haar loop. In onze gemeente alleen al zijn er twee, want ook de Waelemolen in de wijk Bruinbeke, is er één van. De Molenbeek ontspringt in Grotenberge, deelgemeente van Zottegem, en slingert zich over een afstand van 22 km door het landschap.

De beek vormt hier de scheiding tussen Serskamp en Wichelen, het molenhuis staat in Wichelen, het molengebouw – omgebouwd eerst tot dancing en later tot restaurant – in Serskamp.

De onderbouw van de watergevel in massieve natuursteenblokken is nog duidelijk zichtbaar. Het buitenwerk van de watermolen zelf is in vervallen toestand. Het bovenslagwiel is verdwenen. De wateras, betonnen goot over het sluiswerk en de langsgerichte dammen en oeverversteviging in natuursteen bleven gedeeltelijk bewaard.

In het molenhuis is één open ruimte waarin het maalprincipe zichtbaar is. De molen is uitgerust met twee koppels maalstenen, waarvan één koppel uit La Ferté-sous-Jouarre, boven een vierkanten asput. De bakstenen en houten maalstoel staan via twee houten trapladders in verbinding met de halfopen meelzolder. Voorts zijn ook nog een houten maalvloer, een haverpletter-maïsbreker, een weegschaal, een galg om zakken aan te hangen en een luitouw, waaraan de zakken werden opgehesen, bewaard gebleven.

Sint-Denijspastorie

De pastorie is rond 1785 gebouwd, kort na de afschaffing van het klooster van Tussenbeke, waarvan witte zandsteen in de achtergevel is verwerkt. De voorgevel is classicistisch, de deuromlijsting bestaat uit blauwe hardsteen in rococostijl. Oorspronkelijk was het gebouw gekaleid om de broze bakstenen te beschermen.

De binnenindeling bleef behouden met een centrale gang, links een ontvangstruimte en rechts eetkamer en keuken. Kenmerkend is een haaks geplaatste traphal links achter de voorgevel. De traphal is afgesloten met een aan de binnenzijde vergrendelde deur en in de zijwand is een uitkijkluik uitgewerkt. De kapconstructie op de zolder is indrukwekkend en bestaat uit vier samengestelde eikenhouten spanten met doorgaande gordingen.

Het gebouw wordt nu gebruikt als uitleenpost van de bibliotheek beneden en als vergader- en archiefruimte voor de kerkfabriek boven.

De pastorie is als monument beschermd sedert 18 maart 2008.

Voor het jaar 1785 was er geen pastoorswoning in Serskamp, de parochie werd bediend door de proost van het Norbertinessenklooster van Serskamp (klooster Tussenbeke). Tot het begin van de 18de eeuw was dat een Norbertijn van de abdij van Drongen, daarna een Norbertijn van de abdij van Grimbergen. De laatste proost, Milo Van Haelen, kreeg toen de toestemming om vlak bij de kerk, aan het kerkhof, een pastoorswoning te laten bouwen.

In het interieur zijn in de salon en eetkamer de oorspronkelijke moerbalken bewaard met verzorgd eenvoudig lijstwerk en schouwboezems met kenmerkend Lodewijk XVI-stucwerk. De Vlaamse schouw en de gerecupereerde binnendeuren in de keuken, waarvan er een naar de bijkamer en een naar de kelder leidt, werden van houtimitatie voorzien, wellicht uit de 19de eeuw.

In de tuin was achteraan een vijver aangelegd waarin vissen werden gekweekt en die ook dienstdeed als statussymbool. De vijver ligt achter een heuveltje zodat het lijkt alsof de oorspronkelijk achterliggende weilanden ook nog deel uitmaakten van het domein zelf. Centraal in de achtertuin, in de as van de woning, staat een heel oude, beeldbepalende rode beuk. Links bevond zich een moestuin met fruitbomen zoals destijds gebruikelijk. De keuken kon dus vele ingrediënten vlakbij vinden. De tuin vertoont ook nog steeds een omlopend slingerpad rond een grasperk. Op dat pad kon de pastoor dagelijks brevieren, wandelend lezen in godsdienstige geschriften.

Sint-Denijskerk

De kerk is vanaf 1856 gebouwd op bijna dezelfde plaats als de oude parochiekerk in neogotische stijl. Ze is een ontwerp van architect-priester Clarysse. Tussen en tegen de steunberen van het koorfront is een overdekte calvarie opgericht met gedenkplaten aan voorname lokale families. Het kerkinterieur is deels aangekleed met meubilair uit het oude bedehuis en deels met later vervaardigde stukken.

Tot het eind van de 18de eeuw was de bedienaar van de eredienst hier in de kerk de proost van het Norbertinessenklooster van Tussenbeke, gelegen tussen de Welle- en de Molenbeek op de grens met Wichelen, Lede en Wanzele. In het interieur bevindt zich een biechtstoel in eik van omstreeks 1750, die na de afschaffing van het genoemde klooster in 1783, zou overgebracht zijn naar de parochiekerk. Ook in de sacristie staat nog een vermoedelijk relict uit die abdij: een kruisbeeld met rocaillemotief en engelenhoofdje.

Klooster Tussenbeke

Het schilderij ‘Jezus de kindervriend’ dateert van omstreeks 1600 en is mogelijks toe te schrijven aan de Brusselse schilder Hendrik De Clerck of zijn omgeving, ‘Het gezin van Nazareth’ is een werk van het eind van de 18de eeuw.

De zijaltaren zijn toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw (rechts) en de H. Cornelius. De eiken preekstoel dateert uit de 19de eeuw met op de panelen van de kuip bas-reliëfs met de borstbeelden van de H. Petrus, de H. Dionysius en Christus. In het koor bevinden zich drie glasramen met Bijbelse taferelen, in 1929 vervaardigd.

Het kerkhof wordt vooraan afgeboord door ijzeren hekwerk met een hoog dubbel hek, bevestigd aan decoratieve ijzeren hekpijlers met siervaasbekroning en een kruis op de middenstijl.

Pachthoeve klooster Tussenbeke

Deze boerderij hing af van het nabij gelegen klooster en werd in 1798 verkocht aan rentenier Frans De Naeyer uit Gent, voor een bedrag dat meer dan tien keer de schattingsprijs oversteeg. De familie Uyttendaele, huidige eigenaars, bouwde in 1936 een nieuwe vrijstaande woning in art-decostijl.

Het voormalige Norbertinessenklooster van Tussenbeke was een rijke instelling. Het beschikte niet alleen over deze pachthoeve, maar ook over drie graanmolens, waarvan twee watermolens en een windmolen. De verdwenen windmolen (zie foto) was tot net voor de Tweede Wereldoorlog het pronkstuk van de wijk Moleneed, de watermolens bevonden zich in de huidige Watermolenstraat in de Bruinbeke (de Waelemolen) en op de grens van Lede en Wanzele (de Rabboutsrodemolen).

Naast deze pachthoeve waren er nog drie andere, waaronder ‘Het Hof’, gelegen achter de huidige kerk van Serskamp, in de Pastorijstraat. Die hoeve is volledig verdwenen.

Nog de moeite waard om te vermelden is, dat de schuttersgilde Sint-Sebastiaan, opgericht in Serskamp in 1712, altijd de proost van het klooster als hoofdman had tot de afschaffing van de abdij. Van die gilde zijn het gildeboek, het gildevaandel en de kostbare zilveren gildebreuk, die de schutterskoning over zijn schouders mocht dragen, bewaard gebleven.

Alfons Leeman draagt de gildebreuk

Meykes Hof

Dit is een voormalige hoeve met brouwershuis van de brouwerij De Mey met ijsfabriekje en een weverijgebouw. Na stopzetting van de brouwerij werd de brouwinstallatie in de jaren 1950 verwijderd. Ook de weverij die tijdens WO II parachutestof vervaardigde, stopte in die jaren haar activiteit.

De wijk Boeygem is vrij ver van de dorpskern van Serskamp gelegen. De kinderen ervan liepen in het begin van de 20ste eeuw meestal school in het meer nabijgelegen Wichelen, waar ook een station was. Het was een plattelandswijk met nogal wat boerderijen, verspreid in het landschap rond de vallei van de Molenbeek.

Volgens het kadasterarchief was dit complex al in 1834 eigendom van de familie De Mey, dat in de loop van de 19de eeuw fasegewijs werd uitgebreid. Na de Eerste Wereldoorlog stond de brouwerij bekend als de ‘Brasserie de l’Aigle’ en vanaf 1921 als ‘Meykes Brouwerij’. Na de Tweede Wereldoorlog werd hier het ‘Gala’-bier gebrouwen.

Pas in 1920 werd de weverij opgericht, gevolgd door een vergroting van de bedrijfsgebouwen. Aan de straat zien we de voorgevel van een boerenburgerhuis met links het aansluitend poortgebouw met vroegere conciërgewoning in een verankerde baksteenbouw onder een doorgetrokken pannen zadeldak. De begane grond van vijf traveeën bevindt zich op een huiskelder. De zuidelijk gerichte erfgevel van het oudste boerenhuis op de binnenkoer heeft boven de voordeur een gevelsteentje gedateerd 1625.